Categorie archief: Behoeftes herkennen

Behoefte aan suiker bestaat niet – deel 2

freeimage-1802414-webEen paar dagen geleden deed ik de uitspraak dat een mensenlichaam onder normale omstandigheden geen behoefte heeft aan suiker. Ik vroeg toen: welke behoeftes kunnen er dan voor zorgen dat je toch zin in suiker krijgt? Hier komen er een paar op een rijtje, sommige door jullie geopperd!

1. Vermoeidheid, dus behoefte aan rust. Dan voel je een gebrek aan energie, dat je mogelijk vertaalt in: “Ik heb energie nodig, dus brandstof, dus suiker!”. Ook je lichaam kan die niet kloppende vertaling maken. Zelfs je hormoonsysteem zegt dan: doe mij iets zoets, alsjeblieft.

2. Behoefte aan voedingsstoffen. Als je overdag te weinig eet of te weinig voedingsstoffen binnenkrijgt omdat je geen gezonde dingen eet, ervaart je lichaam een tekort. Het zal proberen alles op te eten wat het tegenkomt. Bij voorkeur dingen met veel brandstof erin, vanwege het gevoel dat er tekorten zijn. Dat duidt op schaarste. En suiker is pure brandstof, dus dat lijkt een mooie oplossing.

3. Behoefte aan gemak. Zo’n 95% van je gedrag is automatisch. Als je elke dag op een bepaald tijdstip op een bepaalde plek een bepaalde vorm van snoep of koek eet, zal jouw automatische systeem daar de volgende dag weer om vragen. Een automatisme doorbreken vraagt energie en aandacht, en een beetje discipline om het onrustige moment te overleven. Als je die dingen er niet voor over hebt, is snoepen comfortabeler.

4. Behoefte aan troost, beloning, gezelligheid, aandacht, vermaak… Als je even niet weet hoe je die in een andere vorm kunt regelen voor jezelf, kun je je vasthouden aan het idee dat zoetigheid troost is, dat snoepen gezellig is, dat je recht hebt op de beloning van iets lekkers, etc.. Alleen is het resultaat vaak dat je niet echt hebt gekregen wat je zocht. En misschien voel je ook nog spijt vanwege het snoepen. In ieder geval worden je geestelijke en lichamelijke conditie slechter als je veel snoept, zodat je vaker behoefte krijgt aan troost, beloning, gezelligheid, aandacht, vermaak… En dan kom je in een vicieuze cirkel terecht.

5. Overmatige stress, oftewel een behoefte aan ontspanning. Bij stress heb je minder aandacht voor je lichaam, waardoor punt 1 t/m 4 vaker optreedt. En er is ook nog een puur lichamelijk effect: je lichaam maakt bij chronische stress meer cortisol aan en een van de functies van dat hormoon is om energie te gaan hamsteren. Suiker is energie, dus je krijgt extra zin in zoetigheid.

6. Behoefte aan een stabiele brandstoftoevoer. Veel suiker en bewerkte koolhydraten eten leidt ertoe dat je lichaam teveel insuline aanmaakt en de toevoer van brandstof niet meer goed kan reguleren. Je lichaamscellen, je hersenen en je spieren kunnen dan gaan roepen om snelle aanvoer van brandstof, dus suiker. Maar als je die neemt, wordt de situatie alleen maar minder stabiel. Als je punt 1 t/m 5 serieus neemt, verdwijnt dit probleem vanzelf!

Er werd ook nog geopperd dat we een behoefte aan zoet aangeleerd krijgen vanwege de zoete smaak van moedermelk. Als je dat omkeert, kun je zeggen: moedermelk bevat suikers omdat een kindje voldoende brandstof nodig heeft om te groeien. Juist bij tekorten voelen we die behoefte aan voldoende brandstoffen weer. Wie goed voor zichzelf zorgt, verliest een heel groot deel van zijn hang naar zoetigheid. Maar… we hebben altijd nog een aangeboren angst voor schaarste en tekorten. Vandaar dat ik nog een extra punt wil toevoegen:

7. Behoefte om je te wapenen tegen tekorten. We hebben als mensheid duizenden jaren in schaarste geleefd. We hebben overleefd door alles op te eten wat we te pakken konden krijgen. Die neiging zit er nog steeds in: als er eten is, moet je het vooral opeten. Je weet immers maar nooit of je morgen weer iets krijgt.
Dat betekent: als jij weet dat er snoep of koek voorhanden is, is de kans groot dat je er de hele tijd aan gaat denken. Staat het voor je neus of ligt het onder handbereik, dan ga je er vrijwel zeker van zitten eten. Verwacht niet van jezelf dat je de discipline hebt om af te blijven van een pot drop of een schaaltje met koekjes. Zorg dat ze er niet zijn. In ieder geval niet standaard.

Dit lijstje is vast niet compleet, maar hopelijk vind je er wel aanknopingspunten in om je zin in zoet slim te benaderen.

Behoefte aan tips en oplossingen hierbij? Kijk eens naar het boek Afvallen met meer succes.

Behoefte aan suiker bestaat niet?

Soms kan het echt voelen alsof je suiker nodig hebt. Maar stel nu dat je lichaam onder normale omstandigheden nooit suiker nodig heeft? (Met ‘onder normale omstandigheden’ bedoel ik dat je niet bezig bent met een marathon of andere extreme sportinspanningen. En dat je ook niet ziek bent of bijvoorbeeld een hypo hebt omdat je als diabeet teveel insuline hebt ingespoten.)

Suiker heeft een gezond lichaam namelijk niets essentieels te bieden. Het biedt energie (brandstof), maar die is in suiker zo geconcentreerd aanwezig, dat het je lichaam acuut stress bezorgt als je ervan eet. Je hormoonsysteem gaat allerlei heftige maatregelen nemen om de suiker te verwerken en raakt daarvan uit balans. Als je veel suiker blijft eten, gaan er zelfs allerlei dingen stuk bij jou vanbinnen. Je bloedvaten bijvoorbeeld en je alvleesklier. Suiker is dus geen ‘lekkere’ energie voor je lichaam.

En toch kun je het gevoel krijgen dat je echt iets zoets moet hebben. Gelukkig is er in zo’n geval een mooi medicijn om te voorkomen dat je verslaafd raakt aan suiker (oftewel bewerkte of geraffineerde koolhydraten – dat zijn gewoon suikers). Dat medicijn is: een gezonde portie nieuwsgierigheid. Want als je durft mee te gaan in het idee dat je lichaam liever geen suiker wil, is de vraag: welke behoefte zorgt er dan voor dat ik op zoek ga naar zoetigheid? Wat is de echte behoefte?

Er zijn veel mogelijke antwoorden op die vraag. Een voorzet: het zou kunnen dat je moe bent. Het gevoel dat je geen energie meer hebt, vertalen mensen per ongeluk wel eens in ‘… dus ik heb energie nodig: iets zoets!’. Maar als je rust nodig hebt, helpt suiker niet.

Iemand al een idee welke behoeftes mensen nog meer kunnen hebben, als ze zin in zoetigheid krijgen?

Belangrijker dan slapen

Of je genoeg slaapt, heeft invloed op van alles. Hoe je je voelt, maar ook hoe je lichaam functioneert. Zo zorgt te weinig slapen er bijvoorbeeld voor dat je lichaam minder goed met brandstof kan omgaan. Je cellen kunnen niet goed energie opnemen. Je hebt daardoor weinig zin om te bewegen (daar is energie voor nodig) of om bewuste keuzes te maken (teveel moeite). En als klap op de vuurpijl moet al die energie die de cellen niet in kan ook ergens worden opgeslagen. In de vorm van vet!

Dit zijn allemaal goede redenen om op tijd naar bed te gaan. Hopelijk inspireren ze je. Maar het zou ook kunnen dat je best weet dat je je beter voelt als je op tijd naar bed gaat, maar het toch vaak niet doet. Dan zijn er blijkbaar andere dingen die je op dat moment belangrijker vindt dan slapen. Welke dingen zijn dat? Het kan helpen om te bedenken of je die dingen ook echt zo belangrijk vindt. En wie weet is dat zo. Maar dan is de volgende vraag: als ze zo belangrijk zijn, waarom doe ik ze dan pas na tienen ’s avonds? ;-)

Lukt het jou wel?

Omdat er zoveel taken door apparaten zijn overgenomen, zijn er steeds minder mensen die lichamelijke arbeid verrichten. Al die apparaten moeten we besturen met ons verstand. We raken het daardoor ontwend om veel met ons lichaam bezig te zijn. Wat kost dat ons eigenlijk?

Ten eerste is je lichaam is niet alleen een vervoermiddel om je verstand te verplaatsen. Het herbergt allerlei kennis, ervaring en inzicht. Als je je lichaam niet meer vaak ‘inschakelt’, raak je ook de toegang tot al die informatie kwijt. Je beslissingen worden minder goed en je werkt misschien wel hard met je verstand, maar toch haal je niet uit jezelf wat erin zit.

Hele concrete informatie die je niet meer goed oppikt, zijn de signalen die aangeven wat je lichaam nodig heeft. Wat jij nodig hebt dus, om goed te kunnen functioneren. Eten, slapen, ontspannen, je spieren losmaken, naar de wc gaan, water drinken… je moet ze allemaal gaan doen in een ritme dat je met je verstand bedenkt, omdat je de behoeftes niet meer goed voelt. Nog meer werk voor je verstand dus, waardoor je uitgeput raakt. En je verstand weet het nooit zo goed te bedenken als je lichaam het zelf kan aangeven. De kans is groot dat je conditie hierdoor achteruit gaat.

En dan nog iets belangrijks: gevoelens kun je niet bedenken, die moet je voelen en daar heb je je lichaam voor nodig. Heb je weinig contact met je lichaam, dan zul je plezier en voldoening niet meer goed ervaren. Hoe hard je ook werkt. Gevoelens als onrust, boosheid, angst en verdriet niet voelen lijkt misschien een prettige bijkomstigheid. Maar dat je ze niet voelt, betekent niet dat ze er niet zijn. Dat soort emoties hebben een functie voor je. Als je ze niet opmerkt en beleeft, blijven ze ergens ‘zitten’ in je lichaam. Je veerkracht en je humeur lijden daaronder.

Contact houden met je lichaam en je behoeftes voelen zorgt er dus op allerlei manieren voor dat je lekkerder in je vel zit, beter presteert en meer plezier hebt. Kijk maar eens of je momenten op de dag hebt dat je even kunt ‘luisteren’ naar de signalen. Of ga op zoek naar lessen om er beter in te worden, bij ons of ergens anders.

Nooit meer ongezond snacken

Voor veel mensen een hele uitdaging: stoppen met ongezond snacken en snaaien. Het wordt haast een onmogelijke opgave als je daarmee bedoelt dat je nooit meer iets lekkers mag, omdat je daar dik van wordt of omdat het ongezond is. Dat je voortaan dus alleen maar gezonde dingen mag eten als je honger hebt. En verder niets.

Misschien wordt het leven wat gemakkelijker en leuker als je een betere omschrijving kiest voor ‘ongezond snacken’. Bijvoorbeeld: ongezond snacken is iets eten met weinig voedingswaarde, terwijl ik honger heb en mijn lichaam dus voeding nodig heeft (en er best gezond eten te krijgen is).
Ongezond snacken is ook iets te eten nemen dat ik niet superlekker vind, terwijl ik ook geen honger heb. Dan heb je er namelijk niets aan, maar je krijgt wel calorieen binnen.
Nog een vorm van ongezond snacken: is iets heel lekkers eten zonder te proeven. Daar valt ook onder: jezelf wijsmaken dat je proeft, terwijl je niet echt op de smaak let maar vooral tegen jezelf zegt dat het heel lekker is en dat je niet wilt stoppen met eten. Geeft geen voldoening namelijk.

Wat ik zeker niet als ongezond snacken zou betitelen: zin hebben in iets heel specifieks, dat voor jezelf regelen en ervoor gaan zitten om dat heel goed te proeven. Hap voor hap genieten tot je genoeg hebt en dan de rest wegdoen omdat je de ervaring alleen maar tekort zou doen als je er verder van eet terwijl het bijzondere eraf is. En dan blij zijn dat je zoiets lekkers hebt geproefd.

Dat is geen ongezond snacken. Dat zijn zeldzame momenten dat je extra geniet van het leven.

Denken en doen

De meeste mensen die een voornemen hebben denken: “Vanaf maandag ga ik…” – en daar komt dan iets achter wat ze gaan doen. Gezond eten, meer bewegen, op tijd naar bed. Maar vaak lukt het niet om het vol te houden. “Het gaat om gedragsverandering,” wordt dan wel gezegd, “en die zit tussen je oren”. Moet je dan vooral over jezelf gaan zitten nadenken om resultaat te halen?

Ja en nee. Ja, want zomaar een verandering kiezen en ermee beginnen werkt meestal niet. Je moet jezelf goed door hebben om je acties goed te kiezen en om hindernissen te overwinnen.

Nee, want alleen maar diep nadenken over je eigen ontwikkeling en wachten tot er vanzelf iets verandert, heeft ook nadelen. Vooral dat het erg lang kan duren voor je er in de praktijk iets van merkt. En als je resultaat ziet, wordt het vaak makkelijker om vol te houden. Hier volgen paar tips om denken en doen te combineren.

1. Denken: Bedenk zo precies mogelijk wat je probeert te bereiken. Hoe wil je dat je leven eruit ziet? Daarvoor doe je het allemaal.

2. Doen: kies zoveel mogelijk voor handelingen en gewoontes die je dichter bij je doel brengen. (Voorbeeld: mijn doel is fit zijn – ik ben moe – actie: ik ga nu naar bed)

3. Denken: controleer of je je acties volhoudt. Zo niet, ga dan na welke acties het makkelijkst zijn en concentreer je daar op. Dan bereik je meer dan met ‘alles tegelijk niet doen’.

4. Doen: tref voorbereidingen voor moeilijke momenten. Dat kunnen simpele dingen zijn: een gezonde maaltijd in de vriezer voor een drukke dag, iemand vragen om bij te springen bij dat ene klusje dat je zelf niet goed kunt doen.

5. Denken: controleer regelmatig of je wel acties en gewoontes kiest die je je hele leven kunt volhouden. Anders kun je er beter niet aan beginnen en nog eens nadenken wat wel een goede keuze zou zijn.

Kortom: wij mensen hebben gelukkig een groot denkvermogen, dus dat kun je inzetten om de juiste dingen te doen. Want zonder actie gebeurt er natuurlijk niets. ;-)

Hoe haal je eruit wat erin zit?

Veel plannen worden nooit daadwerkelijk uitgevoerd, of mensen beginnen er wel aan, maar maken ze niet af. In dit artikel krijg je vijf stappen om te zorgen dat het jou wel lukt als je iets in je hoofd hebt.

  1. Begin met precies bedenken hoe je wilt dat het wordt. Het gaat niet zozeer om het bedenken van de stappen om er te komen (dat komt straks), maar om waar je naartoe wilt. Beschrijf ook waarom je dat zo graag wilt.
  2. Pas op: ga niet benoemen wat je allemaal niet wilt, want dan ben je alleen maar je ontevredenheid over de huidige situatie aan het benadrukken. Bedenk wat de nieuwe situatie wordt. Schrijf het op en lees het vaak door.
  3. Als je weet waar je heen wilt, vraag je dan af: wat zou ervoor nodig zijn om daar te komen? Schrijf je antwoorden op. Stel dan bij elk antwoord opnieuw de vraag: wat zou ervoor nodig zijn om dit voor elkaar te krijgen? Net zo lang tot je hele concrete acties op papier hebt.
  4. Begin met maximaal twee acties, niet met alles tegelijk. Kies een of twee acties die je haalbaar en zinvol lijken. Pas als je die voor elkaar hebt, ga je naar de volgende stap. Vink de acties af die je gedaan hebt, zodat je je voortgang ziet. Hoe meer plezier je hebt in het proces, des te makkelijker houd je het vol!
  5. Lukt het even niet, lees dan weer je beschrijving door van waar je naartoe wilt en waarom. Klopt die nog steeds? Dan krabbel je weer op en kiest weer een haalbare actie om rustig verder te gaan.

Wilskracht en goede voornemens

freeimage-9561889-webEr is een boek van Roy Baumeister verschenen over wilskracht. Mooie timing, met de voornemens voor 2012 die veel mensen bedenken! Een belangrijke conclusie uit het boek is dat niemand onbeperkte wilskracht heeft. Heb je al veel wilskracht gebruikt (bijvoorbeeld door een tijdlang niet te pakken van de chocolaatjes die op tafel staan), dan zul je het niet lang volhouden in de volgende situatie waarin je goede voornemens moet zien vol te houden. Vooral niet als er verleidingen op de loer liggen.

Er is ook goed nieuws: hoe meer routine er in je goede gewoontes zit, des te groter de kans dat je ze moeiteloos volhoudt. Een tijdje oefenen op een nieuwe gewoonte en hem een vaste plek geven, biedt je dus de grootste kans om een goed voornemen om te zetten in blijvende verbeteringen. Heb je een goed voornemen? Dan heb ik een paar tips voor je:

1. Houd het niet bij een vaag voornemen, maar bedenk precies hoe je het voortaan wilt doen.

2. Ik zeg het vaker, maar beschrijf daarbij ook echt wat je WEL wilt doen in plaats van wat je NIET wilt doen. Je aan een verbod houden vraagt veel teveel wilskracht.

3. Geef de nieuwe gewoontes die je hebt gekozen een vaste plek in je dag. Dat betekent niet dat je voortaan volgens een rigide schema moet leven. Vaste gewoontes in een dag kunnen je een kader geven, dat het juist heel gemakkelijk maakt om tussendoor je aandacht vrij te hebben voor alle leuke dingen die op je pad komen.

4. Straf jezelf niet genadeloos af als je een keer van je plannen afwijkt. Wij zijn drie maanden tot een jaar bezig met iemand die zijn gewoontes blijvend wil veranderen en daar begeleiding bij vraagt. Er is veel (leuks) te leren en te oefenen! Geef jezelf daar dus de tijd voor. Bedenk bij een uitglijder gewoon hoe je het ook alweer wilde hebben en pak de draad op.

Anderen eerst?

Er zijn veel mensen die rekening proberen te houden met anderen. Een prima instelling natuurlijk! Een stapje verder gaan kan betekenen dat je de wensen en behoeften van anderen laat voorgaan op die van jezelf. Misschien omdat je je verantwoordelijk voelt voor hen (bijvoorbeeld je kinderen, medewerkers die je aanstuurt). Of omdat je jezelf niet zo belangrijk vindt of hoopt dat die anderen jou erom zullen waarderen.

Of je nu een ‘gezonde’ reden hebt of een minder gezonde reden – als je anderen steeds laat voorgaan op jezelf, loop je de kans dat je dingen tekort komt. Dat kan ten koste gaan van hoe je in je vel zit en je zelfs minder gelukkig maken. Maar voldoende ruimte maken voor jezelf zul je alleen doen als je a. bereid bent om dat te doen (dus ook de consequenties wilt aanvaarden) en b. het idee hebt dat je dat ook kunt.

Om je motivatie te vergroten kun je eens afwegen of het een optie is om de rest van je leven dingen tekort te komen. Hopelijk neem je daar geen genoegen mee. Maar anders kun je ook bedenken dat je voor een ander niet zoveel kunt betekenen als je moe of humeurig bent. Iedereen heeft er dus belang bij dat je tijdig krijgt wat je nodig hebt.

Gelukkig is jezelf en anderen bedienen vaak beter mogelijk dan je wellicht denkt. Het vraagt vooral aandacht en planning. Een voorbeeld uit mijn eigen praktijk: ik liep er de afgelopen weken een paar keer tegenaan dat mijn kindje om melk schreeuwde en ik hem ging voeden, terwijl ik zelf eigenlijk ook honger had en naar de wc moest. En ik was al vrij moe van een paar weken gebroken nachten, dus dat voelde heel vervelend…

Wat er mis ging, is dat ik tussen de voedingen door met allerlei taken en klussen bezig bleef, tot hij aan zijn voeding toe was. Het was hoog nodig dat ik mijn eigen eten, middagslaapje en plaspauzes eerst ging inplannen en daarna pas andere klusjes. De was ophangen kon best later, eten niet. Voor mij niet en voor hem niet. Geen van ons beiden hoefde te wijken – andere dingen konden wijken.

Misschien is dit geen toepasselijk voorbeeld voor je. Maar de kans is groot dat je zelf ook een voorbeeld kunt verzinnen van hoe je zowel goed voor jezelf als voor anderen kunt zorgen. En wie weet wil je daar wel eens mee gaan oefenen.

Hunkeren naar eten

In de Telegraaf van woensdag stond een artikel waarin onderzoekster Dorothy Virtue vertelt naar welk type eten je hunkert bij verschillende stemmingen – en wat gezonde alternatieven zijn. Hieronder lees je het artikel.

Zo’n zelfde lijstje heb ik in het boek ‘Weg met de Weegschaal’ gezet op basis van mijn eigen observaties, dus vond ik het leuk om te zien dat het officieel door onderzoek onderbouwd is. Alleen heb ik er niet bij vermeld wat de ‘gezonde alternatieven’ zijn om te nemen bij elk van die emoties.

Dat zou ik nu nog steeds niet doen eerlijk gezegd. Want is het niet een kromme redenering om te zeggen: “als je behoefte aan een knuffel hebt, kun je beter ontbijtkoek eten dan cake”? Ik zou zeggen: als je behoefte aan een knuffel hebt, regel dan die knuffel. Of ga kijken hoe je in die stemming gekomen bent, zodat je volgende keer eerder kunt ingrijpen en je beter blijft voelen.

P.S. Als ik behoefte heb aan toffees, krijg je er bij mij geen suikervrije dropjes in hoor. :-)

– – – – –

De Telegraaf, 28 september 2011

Waarom we eetbuien hebben

AMSTERDAM – Opeens heb je een ongekend verlangen naar snoep, chips en chocolade. Zodra je eraan toegeeft, kun je niet meer stoppen!

Iedereen kent het wel: je hebt eindelijk de keuze gemaakt om gezond te eten. De koekjes en chips belanden in de kliko en de koelkast puilt uit met groenten en fruit. Je voelt je gezond en gelukkig, maar dan komt op het werk een schaal met cakejes voorbij… ‘eentje kan toch geen kwaad?’ Voordat je het doorhebt, heb je er al twee naar binnen gewerkt en zijn al je goede voornemens verdwenen. Psychotherapeut Dr. Dorothy Virtue onderzocht alle soorten ‘hunkeringen’ en kwam erachter op welke momenten we naar specifiek eten verlangen. De opvallende resultaten deelde Dorothy met The Daily Mail.

Knapperig

Boos, bitter en gefrustreerd? Dan heb je waarschijnlijk zin om die zak chips leeg te eten. Eten dat ‘kraakt’ zoals popcorn en crackers helpt bij het verlichten van spanning in het lichaam.

Alternatief: selderij, worteltjes, rijstwafels en appels

Romig

Angstig, onzeker, beschaamd en schuldig? Dan hunker je sneller naar romig en zacht voedsel, zoals ijs of kaas, omdat dit ontspannend en troostend zou zijn. Stofjes die in melk zitten, werken rustgevend en geven een ‘feel-good’ gevoel. Daarnaast zorgt de suiker voor meer energie en een betere stemming en werkt de romige, gladde textuur geruststellend.

Alternatief: 30+ kaas, avocado’s, Griekse yoghurt met vers fruit

Plakkerig

Lang onderdrukte gevoelens van jaloezie, verwarring of afkeer? Dan is de drang om op iets te kauwen hoog, omdat dit spanning en verwarring helpt te verminderen. Toffees, kauwgom en noga zijn vaak boosdoeners.

Alternatief: magere mozzarella, suikervrije dropjes en kauwgom

Koolhydraten

Gestrest of gespannen? De geur, textuur en smaak van brood, rijst en pasta hebben een sterk stemmingsveranderende eigenschap. Als je toegeeft aan deze hunkering heb je meer kans op gewichtstoename omdat het lichaam op dat moment denkt dat het in gevaar is, doordat je bloot staat aan veel stress. Je lichaam gaat vervolgens over in ‘overlevingsmodus’ en slaat alles direct op als vet, voor mindere tijden.

Alternatief: roggebrood, zilvervliesrijst, sesamcrackers, taugé

Cake en koekjes

Net als koolhydraten, geven cakejes en koekjes een rustgevend gevoel. Het weerspiegelt een verlangen naar troost en geruststelling, dus het is echt ‘comfort food’. Wat je dus eigenlijk zegt is ‘ik heb een knuffel nodig’!

Alternatief: Indische cake, volkerenbeschuit, ontbijtcrackers, plakje ontbijtkoek

Chocolade

Teleurgesteld in een relatie of juist behoefte aan liefde? Dan wenden we ons sneller naar chocolade. Het bevat namelijk een stofje dat voor gelukkige gevoelens zorgt.

Alternatief: pure chocolade, zelfgemaakte smoothie met cacao

Pittig

Hunker je naar meer opwinding en intensiteit in je leven? Pittige, zure of exotische voedingsmiddelen geven het gevoel van sensatie, nieuwigheid en verandering.

Alternatief: radijsjes, augurken, chilisaus, gemberthee

Heb je je toch laten gaan?

Lukt het toch niet om jezelf onder controle te houden, dan kun je altijd nog je keuken de schuld geven. Want wat we daar het eerste zien, willen we het liefste eten. Zorg er dus voor dat ongezonde snacks verstopt zijn en je keuken vol ligt met groente en fruit. Stop de ongezonde dingen achterin de koelkast en zet de salades voorin.

Het volgende kan ook helpen:

  • Schilder je keukenmuren in natuurlijke tinten. Felle kleuren geven te veel prikkels wat ervoor zorgt dat je sneller en meer eet. Donkere kleuren stimuleren langzamer eten;
  • Een aparte eetruimte houdt alle lekkere geurtjes buiten, waardoor je minder snel nog een keer opschept;
  • Kleine borden, kommen, bestek en opscheplepels zorgen ook voor kleinere porties;
  • Kies voor dichte keukenkastjes zodat je niet ziet wat voor lekkers erin staat;
  • Eet niet voor de tv of computer, eet liever aan tafel. Dan ben je bewuster bezig met wat je eet en kun je beter aanvoelen wanneer je genoeg hebt gehad.

 

1 2 3 4 5